|
Dat Vietnam een heel rijke keuken heeft mag blijken uit volgend verhaal over slang en hond.
Slang in Hanoi
Op onze allereerste reis naar Vietnam werd ons in Hanoi het aanbod gedaan om eens slang te gaan eten. Na een eerste aarzeling besloten we om het aanbod aan te nemen en dus werd afgesproken dat we die avond aan het hotel zouden worden opgepikt. Een rit met de minibus bracht ons naar een straat in een buitenwijk van Hanoi waar, naar goede aziatische gewoonte, allerlei bijzondere restaurantjes naast elkaar gevestigd waren. Dat is nou eenmaal het makkelijke aan Hanoi. Zoek je zijde, dan ga je naar de zijdestraat, wil je je fiets laten herstellen dan ga je naar de fietsenmakerswijk. Het lijkt wel zoals onze middeleeuwse steden waar alle ambachtslui in dezelfde buurt gingen wonen. We werden door een klein zijpoortje het restaurant binnengelaten en kwamen daarbij op een binnenkoer terecht. Hier werden we geconfronteerd met de meest vreemde verzameling dieren in kleine kooien, schildpadden, stekelvarkens, uilen, slangen. Het werd toen wel duidelijk dat dit geen gewoon etentje zou worden.  Waar we eerst nog verwachten dat de slang ons gewoon, netjes vermomd in een of meerdere schotels zou geserveerd worden, bleek dit algauw niet zo te zijn. Toen we eenmaal aan tafel gezeten waren en met een eerste biertje de zenuwen al wat gekalmeerd hadden kwam de aap uit de mouw, of liever de slang aan tafel. De uitbater kwam aanzetten met een levende cobra die hij, nee niet in een kooitje, gewoon bij de staart beethield. Toen we amper van de eerste verbazing bekomen waren sloeg hij met snelle zwaai de slang met de kop tegen de tafelrand. Met ogen wijd open van verbazing keken we daarna toe hoe hij de slang over bijna de hele lengte van de buik opensneed en het bloed opving in een kom rijstwijn. Ziezo, het aperitief was klaar. Een van ons kreeg bovendien de grote eer toebedeeld het nog kloppende hart bij in zijn glas rijstwijn te krijgen.
Nu is het overal, ook in Hanoi, gemeengoed dat je op een been niet kan staan. Er werd dus nog een tweede aperitief bereid. Deze keer met het vocht uit de galblaas van de slang. Als je het hebt over angustora bitter… Gelukkig mochten we toen gewoon aan tafel aanschuiven om te proeven van allerlei bereidingen op basis van slangenvlees; vietnamese loempia’s (mem) van slang, slang geroerbakken, pikant slangenvlees, gebakken slangenhuid. Om van de emoties te bekomen en de schrik wat weg te spoelen werd dit alles overgoten met de nodige flessen Tigerbeer. Tot slot had de baas nog een verassing in petto voor zijn europese gasten. Als digestiefje kregen we nog een rijstwijntje toe. Niet zomaar een wijntje echter, maar slangenpeniswijn. Hij kwam aanzetten met een grote fles rijstwijn die minstens voor een derde gevuld was met penissen van slangen. Wist u trouwens dat een mannetjesslang twee penissen heeft? Naar men gelooft zou dit drankje heel goed zijn voor de mannelijke potentie. Ik blijf erbij dat het bier dat we toen al op hadden er voor gezord heeft dat we dit nog lekker vonden ook. Immers toen we de volgende dag de fles die we tot afscheid meegekregen hadden wilden soldaat maken smaakte het afschuwelijk. Of dat nou aan de rijstwijn of de penissen lag zou ik echter niet kunnen zeggen.
Ho Chi Minh City
In ieder geval was onze nieuwsgierigheid naar de diepere geheimen van de vietnamese keuken gewekt. Het volgende experiment waaraan we ons wel eens wilden wagen was het eten van hond. Net als chinezen immers zien vietnamezen een hond in de eerste plaats als eetbaar en pas in de tweede plaats als waakhond of huisdier. Het is dan ook geen vreemd zicht om een fietser te zien met achterop een grote mand volgepakt met honden op weg naar de markt of een of ander restaurant. Ik kan de argeloze toerist in Vietnam echter meteen ook geruststellen. Het zal je niet overkomen dat je, onbewust, hondenvlees geserveerd krijgt. Dit is immers heel wat duurder dan runds- of varkensvlees en wordt ook als een bijzonder gerecht beschouwd waarbij wederom mythes over mannelijke potentie niet ontbreken. Meer nog, in het zuiden is, onder invloed van de amerikanen die het absoluut ongepast vonden om “man’s best friend’, voor consumptie klaar te maken, de hond bijna helemaal van de spijskaart verdwenen. Toch zaten we, toen het hondenseizoen was, in Ho Chi Minh en wilden we onze kans wagen. Er zouden toch ergens inwijkelingen uit het noorden zijn die dit nog op de spijskaart zetten. We zochten een chauffeur die ons kon begeleiden op onze zoektocht. Blijkbaar was de man echter zelf een zuid-vietnamees en dus helemaal niet vertrouwd met honden op het menu. Dat kon hij, naar vietnamese normen, echter helemaal niet toegeven.
Zoiets zou voor hem gezichtsverlies betekenen en bovendien paste het helemaal niet om nee te zeggen tegen ons. Naarmate onze rit door de avondlijke straten van Ho Chi Minh echter langer duurde, verkleinde de kans dat we nog hond zouden eten. In Vietnam, zoals trouwens in heel Azië wordt ’s avonds behoorlijk vroeg gegeten. Je moet het echt al treffen om na achten nog iets te eten te vinden. Na een hele omzwerving kwamen we tenslotte toch terecht bij een restaurantje langs de straatkant waar men normaal wel hond serveerde. Onze chauffeur maakte aan de bazin duidelijk wat we wilden. Zij van haar kant probeerde ons ook snel duidelijk te maken dat het eigenlijk al laat was en ze haar zaak ging sluiten. Blijkbaar merkte ze toch dat we een beetje ontgoocheld waren dat onze zoektocht op niets bleek uit te draaien en haalde dan, tot onze verrassing, een gevilde hond van onder de toonbank. Als we wilden kon ze die voor ons klaarmaken. Het zicht van die hond, compleet met kop, poten en staart deed ons echter finaal afhaken. We hebben toen de vrouw vriendelijk bedankt en de chauffeur gevraagd ons terug naar het hotel te brengen. Uiteindelijk hebben we de avond besloten met een meer traditioneel etentje, gebakken noedels met varkensvlees.
|